✨ Wat het Kintsugi hart ritueel mij bracht
Vanaf de allereerste sessie voelde ik me diep verbonden met mijn hart.
Bij elke stap van het ritueel voelde ik de liefde overvloedig stromen.
Pijn nog éeen keer doorleven, blijdschap voelen over hoe mooi mijn hart is geworden.
Het moment dat me het meest raakte
was het breken van het hart.
Dat vond ik spannend.
Ik wilde niet te veel scherven veroorzaken.
Er zat nog iets in mij dat het proces wilde controleren.
Maar natuurlijk brak het hart in precies zoveel stukken als nodig was.
En dat was mijn eerste les.
We kunnen niet bepalen hoe ons hart breekt.
Maar we kunnen wel kiezen wat we met de stukken doen.
Zijn met de scherven
Toen het hart eenmaal gebroken was, wilde ik het het liefst meteen weer lijmen.
Repareren. Herstellen. Snel weer heel maken.
Maar ik besloot eerst met de stukken te zijn.
Het kiezen wat er op elk stuk geschreven mocht worden, voelde op zichzelf al helend.
Het opschrijven van pijn, oude verhalen en wonden die ik al jaren met me meedroeg, was eerlijk.
En eerlijkheid, ontdekte ik, is een vorm van liefde.
En toen gebeurde er iets onverwachts.
Nadat ik alle pijn had opgeschreven, bleef er nog één prachtige scherf over.
Dat verraste me.
Op die laatste scherf schreef ik mijn harteigenschappen: liefde, kracht, licht, veerkracht.
Het herinnerde me eraan dat mijn hart niet alleen gevormd is door breuken, maar ook door schoonheid.
Die ontdekking veranderde iets wezenlijks.
Het scherfje dat niet wilde passen
Toen ik begon met lijmen, nam ik er echt de tijd voor.
Koptelefoon op. Muziek aan. Volledig aanwezig in het proces.
Het allerlaatste scherfje wilde niet passen.
Ik lijmde het. Het viel eruit. Ik probeerde opnieuw. Het werd rommelig. Ik voelde frustratie.
Toen keek ik wat erop geschreven stond.
“Mijn zussen.”
Ik moest glimlachen.
Want in het echte leven passen zij ook niet altijd soepel in mijn leven. Dat moment voelde zo symbolisch.
Zo waarachtig. Heling is niet altijd netjes. Relaties zijn niet altijd naadloos. Sommige stukken vragen geduld.
En sommige breuken blijven een beetje zichtbaar, en dat is helemaal oké.
Het goud in de barsten
Toen het hart eenmaal gelijmd was, werd ik geraakt door de schoonheid ervan.
De gouden lijnen in de barsten maakten het hart niet minder mooi, maar juist krachtiger.
Mijn eigen hart heeft in de loop van mijn leven meerdere breuken gekend.
Verlies. Rouw. Liefde. Scheiding. Teleurstelling. Schaamte, maar ook Groei.
Lange tijd zag ik die breuken als zwakte.
Nu zie ik ze als goud.
Wat er voor mij veranderd is, is dit:
Ik zie mijn pijn niet langer als iets wat verborgen of snel gerepareerd moet worden.
Ik zie haar als diepte. Als wijsheid. Als onderdeel van mijn fundament.
Al mijn verhalen horen bij mij.
Ze maken mij niet minder.
Ze maken mij rijker.
Wat voelt er nu anders?
Ik voel me compleet.
Niet omdat er nooit iets gebroken is.
Maar juist omdat het gebroken is geweest.
Ik voel me heel.
Gevuld met gouden liefde.
En ik ben dankbaar. Voor Bahar, die dit proces zo zorgvuldig begeleidde.
En voor mijn Heartsisters in de groep. Hun kwetsbaarheid en moed maakten dat ik me gedragen voelde.
We hebben niet alleen individueel geheeld, maar ook samen.
Dit ritueel gaf mij geen nieuw hart.
Het liet me zien dat het hart dat ik al had — gebroken, en daarna gelijmd met goud — precies goed is.
Misschien is dit ook jouw moment
Terwijl ik mijn eigen hart lijmde, besefte ik opnieuw waarom ik dit werk zo graag doe.
Niet om iets te repareren.
Niet om mensen “heel” te maken.
Maar om ruimte te geven aan wat er al is.
Iedereen draagt breuken.
Verlies. Liefde. Teleurstelling. Groei.
We hoeven ze niet te verbergen.
We mogen ze erkennen.
Wanneer je jouw hart met goud lijmt, ontstaat er geen perfect hart.
Er ontstaat een waarachtig hart.
Een hart dat zegt:
dit heb ik geleefd.
dit heeft mij gevormd.
dit ben ik.
Misschien voel je tijdens het lezen iets bewegen.
Misschien herken je je in de barsten.
Misschien is het tijd om jouw verhaal niet langer als schade te zien, maar als goud.
In mijn praktijk begeleid ik dit Kintsugi Hart Ritueel in alle rust en aandacht.
Eén op één.
Of, als daar behoefte aan is, in een kleine groep.
Niet om iets te fixen.
Maar om te eren wat er is.
Je bent welkom.